Home
De Dayak
De bemanning
Het plan
Reisverslagen
Naar Oostende
Frankrijk
Golf van Biskaje
Spanje
Portugal
Andalusie Spanje
Marokko Rabat
Oversteek >Lanzarote
Canarische eilanden
Kaapverdie
Oversteek Suriname
Indrukken Suriname
Op naar Tobago
Caribbean
ABC eilanden
Carriacou Bonaire
Bonaire en Curacao
Aruba Colombia
Colombia
Colombia- Panama
Panama
Corona blues
Girls talk
Notities
Fotoalbum
Waar zijn we nu?
Gastenboek
Links
Contact
Mail adres opgeven?

 

Carriacou - Bonaire 400 mijl

 

 

Subtitel: Mr Murphy I presume?

 

De tocht naar Bonaire vanuit Carriacou is 400 mijl lang en loopt parallel aan de Venezolaanse kust. Zoals we al in het vorig verslag hadden verteld zouden we graag de eilanden aandoen die langs deze parallel liggen, maar gezien de situatie in Venezuela doen we dat niet.

De voorspelling van de wind is gunstig, De hele route door tussen de 15 en 20 knopen uit het oosten. We hebben ons verder goed voorbereid. Vier maaltijden staan min of meer klaar voor onderweg, de satelliet telefoon is weer geactiveerd,  noodnummers geprogrammeerd, het thuisfront ingelicht, de grabbag is gevuld en de watertank en diesel zijn vol. Ook nog even de Bonaire kustwacht geïnformeerd dat we onderweg zijn en een ETA (Estimated Time of Arrival) aangegeven. De koers staat in de plotter, en we houden een nette afstand van de kust zodat eventuele piraterij aan ons voorbij gaat.

We worden uitgezwaaid door Maureen en John, een Nederlandse vrouw met een Canadese man die we hebben leren kennen in de baai. Twee riffen in het grootzeil , het slingerzeil (stormfok op het voordek) zo hoog mogelijk, en de genua geheel uitgerold en op de boom.

Op het stroom kaartje voor de komende dagen zien we dat er nauwelijks stroom mee is.

We zijn nog maar net onderweg en uit de luwte van Carriacou of ik zie dat de windvaan (die voor ons stuurt op de wind) rare klappen maakt. Nu moet je weten dat we deze al lang aan boord hebben en maar weinig gebruiken omdat de elektrische stuurautomaat het zoveel beter doet. Nadere studie geeft aan dat er een bout is afgebroken (later blijkt los getrild) die het scharnieren van het pendulum verzorgd. Regelmatig geeft een boel een harde ‘kleng’ en gaat het pendulum naar zijn uiterste positie, maar op zee is daar niets aan te doen.  Ik heb de boel met lijnen gefixeerd om het geklap te minimaliseren.

We zijn nog geen tien uur onderweg als ook de autopilot aangeeft dat de drive niet werkt. Oeps, wat is er nu weer aan de hand?!

De autopilot is nieuw voor wat betreft de bediening, en gereviseerd voor wat betreft de hydrauliek, dus we hadden er het volste vertrouwen in…

Het was me al opgevallen dat de stuuruitslag wat minder werd, maar ik weet dat aan de ‘zelflerende module’ die op deze koers blijkbaar zijn werk deed. Helaas dus. Na de foutmelding gaat er van alles door mijn hoofd. Waar kan het aan liggen? Wat heb ik gedaan aan de settings? Kabels? Olie? Elektronica? Seatalk Netwerk? Kwadrant? Diny wil graag een onmiddellijk antwoord, maar dat is er niet.

Het allereerste wat ik kon bedenken was dat er hydraulische olie gelekt is. Bijvullen dus. Maar het reservoir was nog vol. Wel hoorde ik geratel, en merkte ik dat de temperatuur van het hydraulische deel erg omhoog is gegaan. Ik kon er mijn hand niet meer opleggen. Uitzetten dus die apparatuur en wachten tot het is afgekoeld.

Wat nu? Terugkeren is geen optie vanwege de wind. Eerst maar met de hand sturen en nadenken. Wat is er aan de hand en hoe kan ik dat repareren, want het alternatief is 3 x 24 uur met de hand sturen. Een voor een probeer ik mogelijke oorzaken te elimineren.

Na de afkoelingsperiode duik ik onder het bed in de achterkajuit waar een en ander zich bevind, terwijl ik het matras van me af probeer te houden dat heel graag weer in de oude positie wil vraag ik Diny de automaat nog even aan te zetten. Een vreemd getik en geratel tot gevolg. Het is hier echt stuk! Uit die zooi!

 @#*^&()!

Goede raad is duur op zo’n moment, maar langzaam dringt het tot ons door dat met-de-hand-sturen het enige is dat overblijft. Nog 72 uur aan een stuk te gaan want uitwijken naar Venezuela is niet verstandig op dit moment.

Gelukkig is het weer en golfhoogte nog redelijk goed en liggen we op een rustige koers.

We gaan de nacht in en we sturen continu. De maan komt op en de nacht is mooi en zwoel. De meeste uurtjes sturen doe ik, maar als ik even moe ben dan doet Diny een stuk. Het rare is wel dat ik vrijwel geen vermoeidheid voel.

We vorderen met een knoop of 4 in de goede richting. Ik had er wel op 5 gehoopt, en bovendien wil ik dat ook wel halen omdat we er anders nog een dag langer over doen. Af en toe gaat de motor bij.

Op dag twee, na een nacht door sturen wordt de wind minder en haal ik de reven  uit het zeil. Weer neemt de wind wat af en staat de motor bij en zo gaan we de tweede nacht in. So far so good. Ook de volgende dag en nacht loopt het schip lekker en wisselen we elkaar af met sturen. Eigenlijk voelt dit prima en ik geniet volop. Als we echter de nacht invaren neemt de wind toe in kracht. Ik verheug me er op en de motor kan uit. En varen we nacht drie in. We zijn ter hoogte van Los Roques als er plots te veel wind komt voor de zeilen die we op hebben staan. Het liefst zou ik even reven maar gun me er geen tijd voor. De Dayak kan een hoop hebben.

Plots, in het pikkedonker, er was geen maan meer, is de Dayak gedraaid. De wind komt uit een andere hoek en waait met 30 knopen over het dek. De wind komt dwars in en de Dayak ligt gewoon bij! De bulletalie heeft zijn werk goed gedaan: Het zeil staat ‘bak’.

Het is een raar gevoel voor mij want ik had even totaal geen oriëntatie. Op de plotter zie ik ons schip maar ik kan geen voorkant ontdekken, de zee om ons heen is leeg en op de plotter is er dus ook geen herkenningspunt. Na een tiental seconden weet ik het weer en start de motor om de Dayak door de wind te krijgen en haar koers te vervolgen. Dit vervelende voorval herhaalt zich nog een paar keer. Je zou denken dat het met vermoeidheid te maken zou hebben, maar dat denk ik niet; gewoon vervelende wind shifts. We halen het grootzeil helemaal naar beneden. Maar de giek wil niet meer naar het midden toe omdat de bulletalie niet meer los wil. Later blijkt dat de katrol door de kracht van de gijp kapot is gegaan en dat de lijn er klem in is komen zitten. Omdat het zo hard is gaan waaien doe ik het niet helemaal volgens de regels; gewoon een touw eromheen op de giek. Diny heeft er een bloedhekel aan als ik bij de mast sta te werken bij harde wind en in het donker, en omdat ik daarnet ook nog ben uitgegleden bij de mast en in een voor mij uitzonderlijke spagaat ben beland, vind ik het wel goed zo. We laten de boot ‘s nachts nog een keer gijpen en dat gaat goed alleen op de genua. Wel is de snelheid er uit. Hoe kan dat nou weer?

Nu is er op de oceaan in deze buurt heel veel wier. Wier dat aan de oppervlakte drijft in lange stroken en veldjes. Er blijkt aan het pendulum een grote klodder te hangen, en er zit ook een groentetuin aan aquagen vast. De aquagen sleept een lange lijn van 15 meter achter ons aan waaraan schoepen zitten die het geheel laten draaien. Nou, er draait niets meer. Ik kan met veel moeite de lijn binnen halen waarbij ik in delen de groentetuin weer terug geef aan de zee. We hebben hem niet meer ingezet want de velden wier zijn te dicht hier.

We zijn inmiddels aardig moe van het sturen en weinig slaap als Diny even op de bank gaat liggen. Even later roept ze dat er een rare piep is….

Het blijkt het bilge alarm te zijn. Er komt door de schroefasdoorgang toch wat water naar binnen. Snel de pomp aan en even later sta ik min of meer op z’n kop in de motor ruimte om de galant aan te draaien wat ook onmiddellijk het probleem weer oplost. Toch fijn zo’n alarm al geeft het wel even stress als het afgaat.

Aan het begin van de ochtend van dag vier naderen we het Venezolaanse  Island de Aves waarvan we van Rik en Sanne weten dat je daar niet moet zijn vanwege ‘pirates’. Toch moeten we er op een mijl of 10 langs want de doorgang naar Bonaire, wat het buureiland is, is maar een mijl of 20 breed.

Bonaire komt pas heel laat in zicht. De oostkant van het eiland is laag en pas vanaf een mijl of 3-4 te zien. De heuvels aan de westkant laten zich wat eerder zien. De oostkant van het eiland wordt gebruikt voor zoutwinning. Er zijn grote zoutpannen en bergen zout liggen op afnemers te wachten. Ooit was dit zout voor Nederland van groot belang; wij gebruikten het om vlees en vis mee te conserveren. Nu gaat het de hele wereld over.

Als we de bocht omdraaien en in de luwte van het eiland terecht komen vallen de witte stranden en palmen op. De zee, die tot dicht bij de kant diep genoeg is, kleurt azuurblauw op de ondiepten vlak langs de kant. Er is een gezellige boulevard waar Karel’s beachbar half in het water staat en waar we later aanschuiven. We hebben ons voorgenomen een week in de marina te gaan liggen om ons te verwennen met een echte douche, en een mogelijkheid de fietsen op de steiger te zetten. Verder wordt er in Bonaire aan moorings gelegen die vlak bij de kant liggen. Ankeren is verboden.

Een van de dingen die ons opvalt is dat we weer in een echte supermarkt terecht komen. Alles gewoon te koop! Wat een verwennerij! En hoe kinderlijk blij we worden van de volle schappen, de verse groente en het fruit, en van de vele bekende artikelen! We lopen te glunderen als kleine kinderen. Kijk! Tompoezen. Kijk! Lekker volkoren brood. Oude Kaas!!! Hagelslag! Drop! En nog veel, veel meer.

Tijd om het eiland verder te ontdekken en aan de slag te gaan met reparaties!

                                                  Karel's Bar aan de boulevard van Kralendijk

                                                        Happy hour, bier en bitterballen...

 

 

 

 

  

bemanningdayak@gmail.com