Home
De Dayak
De bemanning
Het plan
Reisverslagen
Naar Oostende
Frankrijk
Golf van Biskaje
Spanje
Portugal
Andalusie Spanje
Marokko Rabat
Oversteek >Lanzarote
Canarische eilanden
Kaapverdie
Oversteek Suriname
Indrukken Suriname
Op naar Tobago
Caribbean
ABC eilanden
Girls talk
Notities
Fotoalbum
Waar zijn we nu?
Gastenboek
Links
Contact
Mail adres opgeven?

 

                                          De ochtend van vetrek: Weet je wel zeker dat je weg wil?

Ons leventje in Domburg is plezierig, we genieten van de rivier en van het geluid van de brulapen (dat overigens ook in een horror film zou klinken) en zien kleine aapjes als we met ons rubberbootje langs de overkant varen. Ook genieten we van het terras ‘ the river breeze’, en van de bbq- en muziekavond.

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

   

 

                                      Ik doe zelf ook nog even mee, maar het blijkt dat ik daar nog                                       niet aan toe ben….

 

 

Kapsalon ' the river breeze' knipt in de buitenlucht op plastik stoeltje. De kapper werkt op afspraak, dwz je belt en hij komt!

Voor 2,50 euro weer helemaal het 'heertje'.

 

We raken eraan gewend, kennen inmiddels de weg en de supermarkten, de leuke plekjes. Op de rivier liggen we stil en rustig. De boot beweegt amper en we slapen heerlijk, en we hebben de beschikking over een huurauto. Een 4-wheel drive type Toyota RAV4, rijp voor de sloop, maar voor een tientje per dag toch wel acceptabel. Er is hier geen Albert Heijn, maar wel een Tulip (hoe verzin je het) met veel Hollandse artikelen. Heerlijk aan de gevulde koeken, tompoezen, heerlijk hollands brood en natuurlijk speculaas, hagelslag en drop! Beetje duur, maar ja...

Toch begint het verder te kriebelen en we bereiden ons voor om richting de Carieb te gaan. Boodschappen, water, diesel, kapper, voor een paar dagen eten voorbereiden, enz.

 

                                                     Overzicht van de tocht Paramaribo naar Tobago

Zo, het is toch Tobago geworden!

Ons eerste Caribische eiland.

Eerst nog iets over de tocht er naar toe. De afstand is van haven tot haven(baai) 470 mijl ongeveer 850 km. Een beste afstand dus, maar er is iets in onze beleving veranderd. Als ik even voor mezelf spreek ben ik al gauw geneigd om te denken ‘ maar drie etmalen, makkie’. Diny, die de grote oversteek niet heeft meegemaakt is toch ook al een beetje meegegroeid en vindt het ook niet al te ver. Nou moet ik ook toegeven dat we een stroom mee zullen hebben. Die kan wel oplopen tot 2 knopen, maar dat is op mijn stroomkaartjes niet te zien. Verder hebben we gehoord dat de tocht heel oncomfortabel kan zijn. We gaan namelijk de helft over ondiep water. Ondiep voor de kust van Suriname tussen de 6 en 40 meter. Omdat het van meer dan 4000 meter diepte en dieper komt kunnen daar behoorlijk steile golven en zo niet brekers staan. Ook voor de kust van Guyana, waar net zoals bij Suriname grote rivieren al eeuwen hun sediment afzetten, is het niet diep. Tevens een raar idee, we varen langs Brits Gyana langs de stad Nieuw Amsterdam. (zijn we daar ook al geweest?) Enfin, om een lang verhaal kort te maken zetten we alles zeevast, tanken onze watertank vol en gaan van start. Toch maar voor de zekerheid 2 riffen on het grootzeil. We vertrekken rond 10 uur lokale tijd vanuit Domburg en de stroom gaat meelopen naar de zee toe. We vertrekken samen met de Kairos (Henk en Carla die al meer Atlantische oversteken op hun naam hebben staan), alhoewel we die op zee bijna niet meer zien omdat ze veel sneller zijn. Op sommige plekken in de rivier gaan we zelf 10 knopen over de grond, op andere komen we nauwelijks vooruit.

 

 

 

Eenmaal op zee aangekomen staat de wind ‘lekker door’ met 15-20 knopen. Omdat we deze halve wind nemen gaan we er vandoor als een speer. Van de stroming mee geen spoor. Dat verandert als we 48 uur onderweg zijn, en ons realiseren dat we sneller bij ons doel zijn gekomen dan bedoeld. We willen namelijk niet in donker aankomen, en dat vereist dat we snelheid uit de boot halen. Nog meer reven dus; de genua terug naar 1/3 van zijn oppervlak. Helaas heeft dat als consequentie dat de boot op de onrustige zee nog meer rolt dan anders. Verder krijgen we een paar squalls over ons heen met veel regen. Gelukkig niet zo veel wind. Onderweg hebben we nog wel contact gehad met Cor van de Dream C via de SSB radio. Hij gaf aansluitend via een Appje de info door aan Jiske.

 

 

 

 

 

 

Na drie etmalen en even zoveel nachten op zee lopen we ‘Store Bay’ binnen aan de NW kant van Tobago bij het krieken van de dag na een nacht slaap te hebben overgeslagen.

 

 

 

 

 

 

 

Een verrassing wacht ons; Een prachtige baai met witte stranden, palmen, terrasjes en de klank van reggae. Hier voor anker ook de Lef met Martijn. Leuk weerzien!

                                                Store Bay Tobago: Hier laten we ons anker vallen.

 

 

                                Onze landing met de Dingy is op dit strand. Hoe voelt dat???

                                                                Echt Carieb!!!

Omdat we hebben gehoord dat het inklaren op Tobago nogal stug is (Martijn moest 5 en een half uur wachten als een soort straf met dreigingen van arrestatie omdat hij niet direct maar de dag erna inklaarde) zijn we direct naar de hoofdstad Scarborough gegaan. Al snel leerden we dat, als je je hand ophoudt, er een auto stopt en voor ongeveer een euro mag je mee. Dat is makkelijk!

Inklaren was op zich een fluitje van een cent. Op twee verschillende adressen. Veel paperassen zoals 5 kopieën van de bemanningslijst. (Ja met carbon zoals vroeger bij ons!) 6 kopieën van gezondheidsverklaring en meer van dat soort ongein. Alles met carbonnetjes. We moesten alleen een kopie afgeven van ons paspoort en de scheepspapieren. En, tja, het kopieer apparaat is kapot, deelt een zielig kijkend beambte ons mee. Tjee, wat nu, tja het moet toch echt… en uh, aan de overkant is vast wel een winkel waar je kopieën kan maken. Ik dus op pad, en tja in de winkel waar je een kopie kunt maken is het kopieerapparaat stuk, jeee wat nu? Hij is toch echt stuk, maar verderop is vast wel een winkel waar het wel kan. Ik zoek me in die hitte dus wezenloos totdat ik in een kamertje kom, want winkel kun je het niet noemen, waar zo’n ding wel werkt. Ik loop langs een straat 'Old Dutch ford' (Ja, onze voorouders zijn hier ook geweest maar werden door de Engelsen verslagen toen we samen met de Fransen (!) dit eiland rond 1660 hadden bezet om vooral suikerriet te verbouwen)

Wat een hoop goed maakt is dat alles hier vriendelijk verloopt. Een ieder op straat vraagt wat je wil en komt met advies. Dat was in Marokko ook, maar daar wilde iedereen geld. Hier niet. Hier stikt het van de rasta mannen, reggae muziek, en veeeel te dikke vrouwen die duidelijk trots zijn op hun omvang en dat in strakke stretch rokken/jurkjes/blouses tot z’n recht laten komen en die allemaal een kunstwerk van hun haar maken. Een man zien we met rasta haar tot 5cm boven de grond. Vrouwen met gevlochten haar in de mooiste patronen en met kraaltjes, kleurtjes ingevlochten. Ook veel mannen hebben prachtig gevlochten kapsels. Sommigen zien in Bert (van Bert en Erny) hun voorbeeld.

We hebben alle stempels ontvangen en we zoeken een plekje voor koffie. We lopen van vermoeidheid nog een beetje zweverig rond en komen in een tent waar de reggae je tegemoet komt. De vloer is geschilderd maar de betonkleur heeft weer de overhand genomen. Aan de wanden ook verf maar geflankeerd door kratten, aan de schaarse tafels mannen met halve flesjes bier onder de TL balken en in het midden staat een rasta-man te dansen. In z’n eentje, high van de muziek en waarschijnlijk ook wat anders. Niemand bedient er, alles is bezet, er gebeurt verder niets dan dat er een fan op hoge toeren aan het plafond hangt te draaien. Even verder rondkijken maar, hier is vast geen koffie. Uiteindelijk gaan we zonder koffie terug naar de boot. Onderweg nog gauw een lokaal simkaartje gekocht zodat we weer meer dan genoeg internet hebben en onze dochters kunnen appen dat we weer aan land zijn. Nu weer gewoon hand ophouden langs de weg en vragen of ze ook naar Store Bay gaan. En dat gingen ze.

Ons bijbootje lag nog op het strand en wij naar de boot. Die nacht sliepen we 12 uur achter elkaar door…

Daarna Tobago ontdekken!

De vriendelijkheid overheerst op dit mooie eiland. Mensen maken graag een praatje, geven advies over waar heen te gaan, wensen je goede morgen onder weg, enz. Hun Engels is echter moeilijk te volgen. Er is hier een dialect ontstaan dat wel op Engels gebaseerd is, maar daarna houdt het vergelijk op. Wel is het zo dat ze ons dialect van het Engels verstaan, en dat maakt het makkelijker. De auto’s op straat geven blijk van een te dure geluidsinstallatie waarvan in een ruime cirkel van te genieten valt. Calypso, Reggae, Soca en Ballroom Hard Core zijn de variaties. Muziek hoort bij dit eiland. Ik koop van ieder een CD’tje om er op de boot nog eens naar te luisteren want sommige van deze muziek werkt aanstekelijk en doen mijn heupen wat kraken. Andere liedjes worden luid verstoord door alarmgeluiden, toeters en onritmische/ongedefinieerde klanken en op geschreeuw lijkende diepe stemmen zoals alleen donkere mensen dat kunnen. Zal wel Hard Core zijn… Ik vind daar maar weinig aansluiting bij.

We trekken deze dagen op met Martijn van de LEF, huren samen een auto als hij visite heeft van Marije. Het eiland is prachtig, maar dat had ik al gezegd. Maar dat heeft natuurlijk een reden, de variatie van bergen/bossen/baaien/stranden is gewoon maar met een woord te beschrijven. Prachtig dus. Misschien helpen een paar foto’s om dat gevoel over te brengen…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                  Tobago Noord West kant

 

 

                   Pelikanen zijn ogenschijnlijk wat onhandig met die, in verhouding, grote snavel. Niets is minder waar!

                                                           Toch even uitkijken met een plekje zoeken!

 

 

 

 

                                         

.

                                            In het bergachtige noord-oosten een prachtige waterval

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En dan blijkt er zich een jaar geleden een drama te hebben afgespeeld. Schipper van boord gevallen, en de schipperse die niets anders wist te doen dan het schip te laten stranden. Hij is niet meer terug gevonden. Binnenin liggen nog kopjes/schoenen/boeken. Een triest en luguber gezicht. Laat het een waarschuwing zijn voor ons. Reddingsvest en aanhaken is toch wel het minste.

 

 

 

 

 

                                                                    Onze ankerplek op Tobago

 

Nu eerst even pauze...

 

 

 

 

 

 

 

               uhhh....

 

bemanningdayak@gmail.com